22

Mei

Alles over uw banden PDF Afdrukken E-mail
Alles over banden

(Overgenomen van de LCVM website)


Welke bandenmaat je nodig hebt kun je normaal gesproken in je instructieboekje van je motor vinden. Ook je huidige banden zijn een handige bron van informatie. Op de zijkant (wang) van de band kun je alle gegevens aflezen. De zaken die je minimaal nodig hebt om bijvoorbeeld een bestelling te kunnen plaatsen zijn de bandenmaat, het draagvermogen en de snelheidindex. Maar wat betekent nou wat?


Voorwiel: 3.25 H 19, Achterwiel: 4.10 H 18

 

We beginnen achteraan...

  • Het laatste cijfer is de bandendoorsnede van velg naar velg (velgdiameter) in inches — dus 19 (18) vermenigvuldigd met 2,54 wordt het aantal centimeters (1 inch = 2,54 cm)
  • H (zie verder naar links) betekent: snelheidsklasse tot 210 km/h
  • 3.25 resp. 4.10 betekent de banddiameter in inches - vermenigvuldigd met 2,54 krijg je het aantal centimeters
Staat er verder niets bij, dan gaat het om een diagonaalband met oude becijfering. Bij de diagonaalband zijn de koordlagen van het karkas over het rotatievlak van de band kruislings van hiel tot hiel aangebracht. Deze band is alleen voor smalle velgen tot 2,50 inch geschikt.
    Voordelen van een diagonaalband:
  • dwarsstabiliteit en doelgericht
  • zeer hoge band mogelijk, omdat de bandenflanken stabiel zijn (enduro)
    Nadelen:
  • sterke omvangstoename door centrifugaalkrachten
  • grote wegweerstand, dus rolweerstand, waardoor de band snel opwarmt

Een andere, wat nieuwere schrijfwijze:

Voorband: 110/80 V 18, Achterband: 130/80 V 17

  • Laatste cijfer: velgdiameter in inch (18 resp. 17)
  • V = meer dan 210 km/h toegestaan
  • 110 resp. 130 betekent de bandenbreedte in millimeters, dus 11 resp. 13 cm
  • /80 betekent: de bandenhoogte op de velg bedraagt 80% van de bandenbreedte
Staat er verder niets bij, dan gaat het hier weer om een diagonaalband - alleen met nieuwe code. Heb je aan de voorkant een radiaalband, dan mag je niet aan de achterkant een diagonaalband monteren en omgekeerd. De oude diagonaal- en radiaalbanden hebben echter wel gedeeltelijk hetzelfde karkas.

Nog een paar voorbeeldjes:


Achterband: 150/70 16 67 H

 

  • H = snelheidsklasse tot 210 km/h
  • 67 = Draagvermogen (zie onder): 307 kg. Een motorband met 307 kg draagvermogen wordt speciaal voor zware toerers of cruisers gemaakt
Al het andere zoals boven.
Achterband: 150/80 B 16

 

  • Velgdiameter 16 inch
  • B betekent Belt (gordel)
Het gaat hier dus om een diagonaalband met gordel. De diagonaalband met gordel is opgebouwd als een normale diagonaalband, echter met loopbanengordel versterkt. Dat maakt de band zwaar, maar ook voor de belading beter toegerust.
Achterband: 150/70 VB 17 V 230

zoals boven beschreven, maar met een snelheid tot 230 km/h.


Voorband: 120/70 ZR 17, Achterband: 180/55 ZR 17

 

  • Velgdiameter 17 inch
  • R = type karkas = »Radiaal«. Het betreft hier dus een radiaalband
  • Z* is de snelheid, dus meer dan 240 km/h toegestaan
  • 120 resp. 180 is de breedte van de band in millimeters, dus 12 resp. 18 cm (bijna een autoband dus)
  • /70 resp. /55 betekent weer bandenhoogte/-breedte van 70 resp. 55 %.
Dit is een klassieke lage breedprofielband en is er in de uitvoeringen 70 — 65 — 60 — 55 — 50 (%). Bij deze nieuwe productiewijze loopt het karkas niet diagonaal, maar in een hoek van 90 graden op de rijrichting. Pas door brede velgen werd dit formaat mogelijk.
  • Voordeel: uitstekende grip (wrijving) door meer oppervlaktelagen en een zacht rubbermengsel
  • Nadeel: neigt tot wiebelen

Lettercombinatie voor toegestane snelheid
Maximumsnelheid km/h

P150
Q160
R170
S180
T190
H210
V240
W170
Y300
ZRboven 240

Juist moderne sportmotoren hebben banden nodig die zo mogelijk veel grip hebben, gelijktijdig niet snel verslijten en toch redelijk stabiel zijn (de radiaalband is qua constructie niet zo stabiel als de diagonaalband). Dezelfde band kan op verschillende motoren volledig andere eigenschappen vertonen. Daarom verschillen de bandenomschrijvingen vaak per type motor. Welke band je kiest hangt uiteraard ook af van je rijstijl en de technische kenmerken van je motor.

Verdere afkortingen:

 

  • TL = Tubeless tyre
  • TT = Tube Type - met binnenband
  • DOT 1501 = (Department of Transportation) geeft de productieweek aan - in de 15e week van 2001 is de band geproduceerd. Vanaf het jaar 2000 is de DOT viercijferig, daarvoor driecijferig.
    Voorbeeld: DOT 429 = 42e week van 1999
  • V 230 = snelheid tot 230 km/h geoorloofd
  • (73 W): 73 is de draagkracht en »W« betekent: toegestane snelheid ligt boven de 270 km/h
  • M/C = Motor- en scooterbanden
  • >>> (pijl) betekent: looprichting - in deze richting moet de band rollen. Wanneer de band verkeerd gemonteerd wordt, ontstaat een gevaarlijke situatie. Met name met erg nat wegdek bestaat de kans dat de band het water onder de band niet goed kan afvoeren.
Daarnaast zijn er nog speciale kentekenen, die ook in het instructieboekje aangegeven worden, zoals »J« voor de banden van een Suzuki Hayabusa.

Draagvermogen in het kort:

50 = 190 kg56 = 224 kg62 = 265 kg68 = 315 kg
51 = 195 kg57 = 230 kg63 = 272 kg69 = 325 kg
52 = 200 kg58 = 236 kg64 = 280 kg70 = 335 kg
53 = 206 kg59 = 243 kg65 = 290 kg71 = 345 kg
54 = 212 kg60 = 250 kg66 = 300 kg72 = 355 kg
55 = 218 kg61 = 257 kg67 = 307 kg73 = 365 kg

Een voorbeeld van een omschrijving op het wiel is:

Aanbevelingen banden
Zeer goede radiaalbanden zijn er bijvoorbeeld van Bridgestone (inmiddels marktaanvoerder en leverancier voor bijna alle motorfabrikanten).
Type BT 010/011/012: voor supersporters.
Type BT 54/56/57: voor toersporters.
Type BT 20: voor zware toersporters.

Aanbevolen voor enduro: Michelin T 66 en Pirelli MT 80.

De beste sportband in radiaaluitvoering is momenteel waarschijnlijk de Michelin Pilot Sport. Deze wordt standaard geleverd op motoren als MV Agusta, Honda CBR 600, Suzuki GSX 750, Ducati ST 4S, 996 en BMW F 650 CS. Voor racefreaks is er ook de Michelin Pilot Race.

Zorg altijd voor een goede bandenspanning!

Gevolgen van een te lage bandendruk:

· een slechtere wegligging

· een slechtere besturing

· een slechtere werking van vering en demping

· meer benzineverbruik

· onjuiste manoeuvres in bochten

· onvoldoende capaciteit om het gewicht te ondersteunen (onjuiste tractie)

· hogere temperatuur

· onregelmatige slijtage aan de rand waar de band in aanraking komt met de weg

· barstjes en scheurtjes in het rubber van het loopvlak en van de zijkant (wang)

 

 

 

Bandenspannings Omrekentabel:
van KPa naar Bar en van Bar naar PSI

KPa

Bar

Psi

KPa

Bar

Psi

KPa

Bar

Psi

100

1.00

14.6

240

2.40

34.9

324

3.25

47.3

150

1.50

21.8

250

2.50

36.4

350

3.50

50.9

175

1.75

25.4

260

2.60

37.8

375

3.75

54.6

200

2.00

29.1

270

2.70

39.3

400

4.00

58.2

210

2.10

30.6

280

2.80

40.7

425

4.25

61.8

220

2.20

32.0

290

2.90

42.2

450

4.50

65.5

230

2.30

33.5

300

3.00

43.7

475

4.75

69.1

 

Nieuwe banden moeten eerst ingereden worden! Het oppervlak van een fabrieksband heeft door de vulkanisatie geen grip. De 'bakvorm' moet bij de productie zoals bij een koek bakken ingevet worden. Je kunt dat zien aan de glanzende buitenkant - daardoor heeft de band geen normale grip. Gedurende het inrijden (ca. 200 km) moet je langzaam de hellingshoek verhogen. Tip: door je band met schuurpapier te behandelen kun je de inrijtijd verkorten.

Rijd nooit zonder ventieldopje! Het ventieldopje verhindert dat je bij hoge snelheid druk verliest — de centrifugaalkracht die vrijkomt bij het ronddraaien van je band kan het ventiel openen. De bandenfabrikanten markeren met een gele/rode punt de plek op de band die het minste gewicht heeft. Daar hoort het ventiel te zitten. Zo wordt het mindergewicht door het ventiel gecompenseerd. Ook zand, zout en vuil kunnen het ventiel inwendig vernielen, wat uiteraard lekkage kan veroorzaken.